ReferentiefotoReferentiebeeld, niet het dier dat je koopt. Foto: DirkBlankenhaus · CC BY-SA 3.0 · bron
Tijgergarnaal garnalen
Transparant met donkere tijgerstrepenCaridina mariae
GH 4–8 · KH 1–4 · TDS 100–200 · pH 6,5–7,5 · 18–24 °C
€2 – €4
per stuk · richtprijs in de hobby
Momenteel geen aanbod van Tijgergarnaal garnalen
Elk aanbod op Aquanatix, van professionele kwekers én hobbykwekers, toont echte foto's van de dieren die je koopt. Zodra iemand Tijgergarnaal aanbiedt, geven we je een seintje.
Laatst bijgewerkt: 20 juli 2026
Wat zijn tijgergarnalen?
Tijgergarnalen (Caridina mariae) zijn kleine zoetwatergarnalen met een transparant lijf, donkere verticale strepen en een oranje staartaanzet. Ze worden ongeveer 2,5 tot 3 cm groot. Ze houden van zacht tot matig hard water: GH 4–8, KH 1–4, pH 6,5–7,5, TDS 100–200 en een temperatuur van 18–24 °C. Ze zijn wat robuuster dan bijengarnalen, maar verdragen geen hard kraanwater.
Welke waterwaarden hebben Tijgergarnaal garnalen nodig?
Tijgergarnaal garnalen (Caridina mariae) houd je binnen deze richtwaarden. Stabiliteit is daarbij belangrijker dan exacte cijfers:
| Waarde | Bereik voor Tijgergarnaal |
|---|---|
| GH (totale hardheid) | 4–8 |
| KH (carbonaathardheid) | 1–4 |
| TDS | 100–200 |
| pH | 6,5–7,5 |
| Temperatuur | 18–24 °C |
Hoe verzorg je Tijgergarnaal garnalen?
Houd tijgergarnalen in een goed ingelopen bak vanaf ongeveer 20 liter met dichte beplanting en mos zoals javamos. Gebruik osmosewater dat je opharden met een garnalenmineraal tot GH 4–8 en KH 1–4; puur hard kraanwater is meestal ongeschikt. Een matige stroming en een met een sponsfilter beveiligde inlaat voorkomen dat jongen worden opgezogen. Koper is giftig voor alle garnalen, dus controleer plantenmest en medicijnen altijd op koper.
Voer spaarzaam en gevarieerd: garnalenvoer, geblancheerde brandnetel of spinazie, en herfstblad zoals catappa- of eikenblad. Biofilm en aanslag op planten en hardscape zijn hun natuurlijke basisvoer, en juist daarom werkt een goed ingelopen bak. Geef niet meer dan de garnalen in twee tot drie uur opeten en haal restanten weg, zodat de waterwaarden stabiel blijven.
Bij stabiele waarden vervellen en kweken tijgergarnalen vlot in zoetwater; je hoeft niet in te grijpen. Een vrouwtje draagt de eitjes onder het achterlijf tot de jongen als miniatuurgarnaaltjes uitkomen. Een stabiele TDS (100–200) en voldoende calcium via het mineraal ondersteunen een goede vervelling. Grote, plotselinge waterwisselingen kunnen problemen bij het vervellen geven, dus ververs kleine hoeveelheden en langzaam.
Waar komt de Tijgergarnaal garnaal vandaan?
Er wordt algemeen aangenomen dat de tijgergarnaal de basisvorm is van de vroeger als Caridina cf. cantonensis tiger aangeduide tijgers, inmiddels ingedeeld bij Caridina mariae.
Afstamming: Wilde tijgergarnaal (Caridina mariae) → Tijgergarnaal.
Hieruit verder geselecteerd: Blue Tiger.
Bekijk hoe alle kleurvormen samenhangen op de afstammingskaart van aquariumgarnalen.
Veelgestelde vragen over Tijgergarnaal garnalen
Zijn tijgergarnalen moeilijk te houden?
Qua moeilijkheid zitten tijgergarnalen tussen Neocaridina en bijengarnalen in. Ze zijn redelijk robuust, maar hebben zacht tot matig hard water nodig (GH 4–8, pH 6,5–7,5). Met opgehard osmosewater en een ingelopen bak zijn ze goed te doen voor iemand met wat ervaring.
Kan ik tijgergarnalen samen met kersengarnalen houden?
Ze kruisen niet, want het zijn verschillende geslachten (Caridina en Neocaridina). Het knelpunt is het water: kersengarnalen willen harder water dan tijgergarnalen. Een compromis rond GH 6–8 lukt soms, maar apart houden in de juiste waarden geeft betere resultaten voor beide soorten.
Welke temperatuur is het beste voor tijgergarnalen?
18–24 °C is prima; veel houders mikken op 20–22 °C. Tijgergarnalen verdragen koele kamertemperatuur goed en hebben vaak geen verwarming nodig. Boven 25 °C daalt het zuurstofgehalte en neemt de stress toe, dus vermijd langdurig hogere temperaturen.
Hoeveel tijgergarnalen kan ik samen houden?
Als vuistregel geldt in een ingelopen, goed beplante bak grofweg een maximale bezetting van 2 tot 5 garnalen per liter. Begin met een groep van 10 tot 15 dieren; bij goede waarden vermeerderen ze zichzelf. Een groep van minstens 10 geeft natuurlijker gedrag.


